• HET MYSTERIE GODS

Zondigen tegen de Heilige Geest... Hoe zit dat nu?

Bijgewerkt: 17 jun 2019

Schrijver: Sod HaElohim

Over het algemeen veronderstelt de gelovige Christen dat de zonde tegen de Heilige Geest einde oefening is wanneer het om vergeving gaat. Om dat dan ook te bekrachtigen worden de onderstaande drie Bijbel-referenties aangehaald...

Mattheüs 12:31-32 31 Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. 32 En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende.

Markus 3:28-30 28 Voorwaar, Ik zeg u dat alle zonden de mensenkinderen vergeven zullen worden, en de lasteringen die zij ook maar uitgesproken zullen hebben; 29 maar wie gelasterd zal hebben tegen de Heilige Geest, die heeft geen vergeving in eeuwigheid, maar is schuldig en verdient het eeuwige oordeel. 30 Want zij zeiden: Hij heeft een onreine geest.

Lukas 12:10 10 En ieder die enig woord spreken zal tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden, maar wie tegen de Heilige Geest gelasterd zal hebben, het zal hem niet vergeven worden.

Het gevolg van het idee dat het zondigen tegen de Heilige Geest nooit niet vergeven zal worden laat mensen in angst en veroordeling schieten. Zo vrezen sommigen een zonde tegen de Heilige Geest begaan te hebben waardoor redding voor hun als onmogelijk beschouwd wordt, en wederom misbruiken anderen deze Bijbel-referenties om anderen angst in te boezemen of te dreigen met een mogelijkheid waarbij redding en verlossing definitief kwijtgespeeld blijkt te zijn.


Is dit daadwerkelijk ook zo? Nee! Natuurlijk niet! Laten wij ons in de context verdiepen van Mattheüs 12:22-32:


Mattheüs 12:22-32 22 Toen werd er iemand bij Hem gebracht die door een demon bezeten was en die blind was en niet kon spreken; en Hij genas hem, zodat hij die blind was en niet had kunnen spreken zowel kon spreken als zien. 23 En heel de menigte was buiten zichzelf en zei: Is dit niet de Zoon van David? 24 Maar de Farizeeën hoorden dit en zeiden: Deze drijft de demonen alleen maar uit door Beëlzebul, de aanvoerder van de demonen. 25 Jezus echter kende hun gedachten en zei tegen hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en geen enkele stad of geen enkel huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal standhouden. 26 En als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden? 27 En als Ik door Beëlzebul de demonen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen die uw rechters zijn. 28 Maar als Ik door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God bij u gekomen. 29 Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke gebonden heeft? En dan zal hij zijn huis leegroven. 30 Wie niet met Mij is, die is tegen Mij; en wie niet met Mij bijeenbrengt, die drijft uiteen. 31 Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. 32 En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende.

Waar gaat dit nu over? In vers 22 lezen wij dat Jezus iemand genas die bezeten was, blind was en niet kon spreken. In vers 23 en 24 lezen wij dat de menigte overdonderd was van hetgeen Jezus deed, de Farizeeën die dit meekregen bemoeiden zich ermee en beschuldigden Jezus ervan demonen uit te drijven met behulp van de aanvoerder van demonen, "Beëlzebul". In vers 25 en 26 lezen wij de reactie van Jezus waarbij Hij de aantijgingen verwerpt en als absurd beschouwd, want zo zegt Hij; "als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden?". De Farizeeën bespotten niet enkel Jezus hiermee, maar vooral ook de Heilige Geest, dat lezen wij in vers 28, dat het de Geest Gods was waardoor Jezus juist genezing bracht. Wat wij uit vers 31 kunnen lezen is dat alle lastering tegen de Geest niet vergeven zal worden, dat zegt Hij omdat de Farizeeën bewust lasterden tegen Gods Geest en daarmee ook tegen de werken "genezing" van Gods Geest. Ondanks de wonderbaarlijke verrichtingen die Jezus deed door Gods Geest verwierpen de Farizeeën Hem, dat niet alleen, ze lasterden Hem en schreven de werken van Gods Geest de satan "vijand" toe. Deze zonde zou volgens Jezus niet vergeven worden, zowel deze eeuw als de komende eeuw lezen wij in vers 32. Deze eeuw en de komende? Mattheüs 12:32 zegt bij lange na niet dat de Farizeeën voorgoed verloren zijn! Dat staat er niet! Deze eeuw en de komende eeuw? Er staat letterlijk deze aeon, (grondtekst; eeuw = aeon = tijdperk), en de komende aeon niet vergeven zal worden, dit is voorzeker niet voorgoed niet vergeven worden! Er staat dus, dit tijdperk en het daarop volgende! Het volgende aeon "tijdperk" is ook niet het laatste tijdperk! Paulus spreekt bijvoorbeeld over volgende aeonen, tijdperken dus.

Efeze 2:7 7 opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus.

Ieder tijdperk heeft dus zijn einde! En daarop volgen komende tijdperken. Uiteindelijk zullen ook die Farizeeën die tegen de Geest Gods zondigden de weg naar de Vader vinden door Jezus. Iedere knie zal namelijk buigen, en elke tong zal belijden. Als dat echt zo is blijft er geen verlorene over!

Filippenzen 2:9-11 9 Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, 10 opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, 11 en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader.

Markus 3:29 spreekt van "het eeuwige oordeel", ook daar gaat de vertaler de mist in. De grondtekst leest zich echter anders wanneer wij weten dat het hier over tijdperken gaat! In dit geval over de twee alreeds genoemde tijdperken zoals in Mattheüs 12:32 werd aangegeven, het huidige tijdperk, en het daaropvolgende tijdperk... Eindstand, al goed! Elke knie zal buigen en elke tong zal belijden. God de Vader is de Redder van alle mensen, en redden doet Hij allen door Jezus!

0 keer bekeken