• HET MYSTERIE GODS

Verboden vruchten... (DEEL 2)

Bijgewerkt: 2 aug 2019


Schrijver: Veritas

(Notitie: wij raden u als lezer aan de aangegeven Bijbel-referenties erbij te nemen).


Seks in het hof van Eden - Gedachten over het genesisverslag


Toen Jezus op aarde was moedigde Hij ons mensen aan om grote waarde te hechten aan elk feit dat betrekking heeft op Gods plannen. In Mattheüs 13:44-46 vergelijkt Hij het met een in de aarde verborgen schat en een zeer mooie parel, en maakt Hij met deze illustraties duidelijk dat je dus wel zult moeten graven als offers zult moeten brengen om die pareltjes van inzicht en wijsheid te kunnen vinden.


In Lukas 11:52 verwijt Jezus de Farizeeën dat "zij de sleutels der kennis hebben weggenomen" - of ‘de sleutel tot de kennis’ NBV. Er zijn dus sleutels aanwezig in de woorden van onze God die je nodig hebt om de grootsheid van Gods plannen te kunnen begrijpen.


Als je die sleutels hebt valt alles, net als een legpuzzel op zijn plaats, en krijgen ‘vreemde’ verhalen in de Bijbel opeens een duidelijke functionele betekenis.


Die sleutels hebben niets met intelligentie en menselijke wijsheid te maken, want die hadden de Farizeeën genoeg. Evenzo hoeven we sleutels dus ook nu niet te zoeken in allerlei ingewikkelde theologische boeken die vol staan met menselijke wijsheid waarvan Paulus in 1 Korinthe 3:19 zegt dat die soort wijsheid “dwaasheid is bij God”.


Vlak voor deze opmerking, in 1 Korinthe 2:14, lezen we hoe we wel sleutels kunnen vinden: "Een fysiek mens aanvaardt niet de dingen die van de geest Gods zijn, want ze zijn hem dwaasheid; en hij kan ze niet te weten komen omdat ze geestelijk worden onderzocht".


Dit moet dus de insteek van elk onderzoek zijn;

  • geestelijk onderzoeken - dus vertrouwen op de Heilige Geest met de bereidheid om elke menselijke visie of elk eerder ingenomen standpunt los te laten - geheel open - blanco - zonder vooroordelen lezen wat er staat om vervolgens in de totale context naar sleutels te zoeken om begrip te krijgen.

  • de uitkomst van een onderzoek moet dus ook geheel open zijn - we hebben immers geen eigen dogmatische standpunten die moeten ‘kloppen’ met wat we ontdekken.



Laten we ons onderzoek beginnen bij het begin - dus in het hof van Eden.


Wat er in het begin is gebeurt is logischerwijs cruciaal om te begrijpen waarom dingen in de menselijke geschiedenis zich op deze manier ontwikkelt hebben.


Aangezien de Bijbel uiteindelijk over herstel gaat, vinden we hierin wellicht ook sleutels die uitleggen waar het mis is gegaan en hoe het hersteld gaat worden.


Allereerst moet je je afvragen of het Genesisverslag een letterlijk feitenverslag is, of dat de verhalen een figuurlijke of symbolische betekenis of taalgebruik hebben of wellicht een mix van beiden?


Lees het verslag over Adam en Eva eens heel nauwkeurig om te zien of we kunnen ontdekken of het verslag letterlijke feiten bevat of dat we wellicht moeten zoeken naar een symbolische betekenis.


Wat direct opvalt is dat er op zijn minst een paar eigenaardigheden in het verslag opgetekend zijn waar je uit gewoonte makkelijk over heen leest, maar die toch wel vragen oproepen.


  • Is het bij voorbeeld logisch dat zij door het eten van een vrucht opeens beseffen dat ze naakt zijn?

  • Wat is dat voor een soort vrucht?

  • Wat is de relatie tussen een willekeurige vrucht en seksualiteit?

Het effect van het eten was immers dat:

  1. Ze beseften dat ze naakt waren. Genesis 3:10 in tegenstelling tot Genesis 2:25, "waren naakt en schaamden zich niet".

  2. Begeerte gaat uit naar de man in plaats van naar de boom. Genesis 3:16

  3. Barensweeën nemen toe als straf. Genesis 3:16

  4. Ze wilden voortaan hun lendenen bedekken. Genesis 3:7

  5. Ook hun Schepper maakte lende bedekkingen voor hen. Genesis 3:21, (letterlijk: bedekking van vel).


Allemaal zaken die met seksualiteit te maken hebben of op zijn minst in die richting wijzen.


De vraag die zich opdringt als je geheel zonder vooroordeel het Scheppingsverslag leest is dus: "Zou dus het eten van de vrucht iets met seksualiteit te maken kunnen hebben?"


Indien dit zo is moeten we in de Bijbel hier hints of aanwijzingen over kunnen vinden.


Zijn er teksten die over soortgelijke woorden of situaties spreken die als een sleutel fungeren? Of maken de oorspronkelijke Hebreeuwse woorden dingen duidelijker?



Laten we het eens testen.


In het Genesis verslag spelen twee bomen een belangrijke rol. De Boom der kennis van goed en kwaad en de boom des levens. Maar er zijn meerdere bomen.


Genesis 3:16: "Van alle bomen in de tuin mag je eten..."


Bomen worden in Bijbel soms gebruikt als symbolische beschrijving van mensen:

  • In Daniël 4:7-14 wordt Nubukadnesar met een boom vergeleken

  • In Zacharia 4:3-14 lezen we dat er twee olijfbomen naast de lampenstandaard staan en dan staat er in vers 14 dat het de twee gezalfden zijn (Jozua en Zerubbabel).

  • Richteren 9:8-15 waar we lezen dat bomen een doornstruik als koning over zich aanstellen - bomen hebben geen koningen, mensen wel.

  • Ezechiël 31:3-18 waar Farao wordt vergeleken een Ceder van de Libanon.


Heel opmerkelijk in dit gedeelte in Ezechiël 31 zijn de verwijzingen naar het hof van Eden.

  • "zelfs in de tuin van God was er geen ceder als hij" - :8

  • "In de tuin van God was er geen boom zo mooi als hij" - :8

  • "Alle bomen van Eden benijdden hem" - :9

  • "Zijn kruin raakte de wolken en hij verhief zich hooghartig" - :10

  • "Geen boom zal zich meer boven de anderen verheffen" - :14

  • "Wie is er aan jou gelijk, wie van de bomen van Eden is zo mooi en zo groot als jij?" - :18


Deze schriftplaatsen bevatten dus een duidelijke aanwijzing dat bomen soms ook een symbolische omschrijving zijn van mensen. Of wellicht in het geval van het hof van Eden andere schepselen.


In ieder geval spreekt Ezechiël 31 niet over letterlijke bomen in de hof van Eden.

Dat is onze eerste conclusie: Er is een redelijke grondslag aanwezig om aan te nemen dat ‘bomen’ in het hof van Eden zowel letterlijk waren als een aanduiding van schepselen waren.



De vraag die dan rijst is: "Hoe eet je dan van een boom?"


Wederom gaan we in de Bijbel naar een mogelijk antwoord zoeken - we gaan zoeken op het werkwoord eten, liefst in combinatie met een boom of plant.


We vinden o.a.:

  • Spreuken 30:20 - waar een overspelige vrouw zegt dat ze gegeten heeft en niets verkeerd heeft gedaan als beschrijving van immorele seks. (Het Hebreeuwse woord voor mond = ook opening, ingang, bron).

  • Spreuken 9:13-18 - waar een prostituee heimelijk gegeten brood als aangenaam beschrijft als omschrijving van een geslachtsdaad.

  • Spreuken 5:15-20 - waar we lezen dat je water uit je eigen regenbak moet drinken in plaats van in extase komen door de boezem van een vreemde vrouw.

  • Hooglied 4:16 - waar we lezen "laat mijn beminde in zijn tuin komen en de meest uitgelezen vruchten eten".

  • Hooglied 5:1 - waar een honingraat, wijn en melk gebruikt worden als beschrijvingen van seksuele handelingen.


Het eten van een vrucht of ander voedsel heeft in deze Bijbelgedeelten betrekking op seksuele gemeenschap. Met deze gedachte in ons achterhoofd keren we terug naar het verslag in Genesis. Wellicht is het een sleutel.


Als we dus in Genesis lezen dat Eva zich voedde met de vrucht van de boom dan kan je hier, met de nodige durf en fantasie lezen dat ze bevrucht werd door zijn vrucht van de boom (= de eikel) - Genesis 3:6.


In een vrucht zit zaad - in het Hebreeuws zijn de woorden voor zaad en voor bevrucht worden nauw verwant. Zaad = zera = fruit, zaad, plant maar ook nakomelingen. Zara = baren of bevrucht worden.


In Deuteronomium 28:4 en Psalm 127:3 lezen we dat "de vrucht van uw buik gezegend is, een beloning is". In Lukas 1:42 lezen we "gezegend is de vrucht van uw schoot", doelend op nakomelingen.


Als we deze interpretatie, dat Eva’s eten van de vrucht dus seksuele omgang was, nu eens als voorzichtige stelling aan nemen - wat is dan het gevolg in de totale context van de Bijbel?


Een aanwijzing dat we op de goede weg zijn, vinden we in het gegeven dat in Genesis verschillende woorden gebruikt worden voor naakt. Voor de zonde een ander woordje voor naakt dan erna. Het woord voor de situatie na de zonde heeft de betekenis in zich van sluwheid. (Eram en aram).


Het is ook frappant dat nadat de mens zelf een gordel van vijgenbladeren had gemaakt, zij van hun Schepper "bedekkingen van vel kregen". Het Hebreeuwse woord betekent letterlijk bekleden of overdekken - meestal vertaald als kleden van vel. De Hebreeuwse grondtekst laat ook de mogelijkheid open om te lezen dat ze huid kregen als bedekking voor hun schande, (schaamlippen en voorhuid).


Vanaf die tijd was het blijkbaar een schande om naakt te lopen. Johannes schrijft in Openbaring 3:18 dat "de schande van uw naaktheid niet openbaar wordt".


Maar in het begin was naaktheid geen schande (Genesis 2:25 – "zij bleven beide naakt en toch schaamde ze zich niet"). Waarom veranderde dit na de zonde? Waaruit bestond de bedekking? Zou dit de voorhuid kunnen zijn die later, toen Abraham door geloof wandelde weer weggesneden mocht worden? Waarom iets wegsnijden als het goed was? Waarom een relatie tussen de voorhuid en geloof?


De Joden werden immers besneden, dat wil zeggen dat de voorhuid van de eikel verwijderd werd als teken dat de zonde niet meer aangerekend werd door geloof. Waarom wordt het besnijden van het geslachtsorgaan in verband gebracht met geloof? Als het een letterlijke vrucht geweest waarmee gezondigd werd zou de straf wellicht hun gebit of zo iets betreffen maar het geslachtsdeel?


Dit is dus een aanwijzing die ondersteunend is voor deze theorie.


Een andere aanwijzing lezen we in 1 Timotheüs 2:10-13: "Een vrouw lere in stilheid, met volledige onderdanigheid. Ik sta een vrouw niet toe te onderwijzen of autoriteit over een man te oefenen, maar zij moet in stilheid zijn. Want Adam werd het eerst gevormd, daarna Eva. Ook werd Adam niet bedrogen, maar de vrouw werd grondig bedrogen en geraakte in overtreding. Zij zal echter door middel van het baren van kinderen veilig behouden blijven, mits zij volharden in geloof en liefde en heiliging, gepaard aan gezond verstand."


Wat opvalt is dat Eva bedrogen werd - Adam niet. Hoezo? Ze aten toch samen van dezelfde vrucht? Waarom dan een verschil? Ook lezen we dat Eva behouden bleef door het baren van kinderen. Je eet een appel en blijft behouden door het baren van kinderen? Logisch? Als je bedenkt dat het eten van de vrucht ook kan betekenen dat er sprake is van seksueel contact, heeft dat deze tekst meer logica.


Toch lezen we in Romeinen 5 dat "Adam de dood de wereld heeft binnengebracht". Terwijl hij "niet is bedrogen?" Als het om een appel gaat wordt het een moeilijk verhaal - als er seks bij betrokken was is het duidelijker. We komen hier verderop op terug. De logica hiervan hangt nauw samen met de volgende vraag die we moeten beantwoorden:


Als we als stelling ervan uitgaan dat Eva seks gehad heeft met een ander, wie was dat dan?



Wie waren buiten Adam aanwezig in het Hof om uit te kiezen?


We gaan weer zoeken in de Bijbel:

  1. De Schepper was er op het winderige gedeelte van de dag, maar die valt uiteraard af

  2. De Meesterwerker uit Spreuken 8 was er.

  3. Meerdere bomen die, zo hebben we gezien, schepselen kunnen afbeelden.

  4. Jesaja 14 spreekt over de Koning van Babylon met de woorden; O, hoe zijt gij uit de hemel gevallen, gij schijnende morgenster, zoon des dageraads. Aangezien de Koning van Babylon niet uit de hemel is neergevallen zou dit een profetische uitspraak kunnen zijn.

  5. We hebben het al eerder over de Farao van Egypte gehad over wie gezegd wordt in Ezechiël 31:3-18 dat hij een Ceder van de Libanon is, die door alle bomen van Eden benijd wordt. Farao was niet in Eden dus blijkbaar wederom een profetische uitspraak.


Van wie zouden de Koning van Babylon en de Farao van Egypte een afbeelding kunnen zijn?


Wat zijn de kenmerken? Wie is er, volgens andere Bijbelgedeelten uit de hemel gevallen?


Wordt vervolgd... Verboden vruchten... (DEEL 3)...