• HET MYSTERIE GODS

Heeft Gods Zoon hetzelfde karakter als Yahweh?

Bijgewerkt: 7 mei 2019

Schrijver: Sod HaElohim


AANTEKENING: In dit artikel wordt over Yahweh geschreven als zijnde de duivel, maar in werkelijkheid gebruikt de god van deze wereld, de duivel, een titel die God de Vader toebehoort. Daardoor ontstaat er verwarring in "het oude Testament/ de Thora". Aan de vruchten herkent u de boom.


De meesten zijn erover uitgesproken, de god uit het "oude Testament/ de Thora" is God de Vader die de Zoon liet doen kennen. Vreemd genoeg blijft het zich steeds tegen spreken aangezien de Zoon een God verkondigde die nooit gehoord, gezien, laat staan gekend was. Terwijl "het oude Testament/ de Thora" overloopt van meldingen die anders beweren.

Johannes 5:37 37 En de Vader, die Mij gezonden heeft, die heeft van Mij getuigenis gegeven. Gij hebt nooit zijn stem gehoord of zijn gedaante gezien,

Johannes 17:25-26 25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; 26 en Ik heb hun uw naam (onoma, wat reputatie betekent) bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen.

Mocht de Zoon Gods de Yahweh uit "het oude Testament/ de Thora" verkondigen, zouden wij op zijn minst gelijkenissen moeten zien in hun aard, bovendien zouden ze elkaar ook niet tegenspreken. Denkt u niet? Hieronder dan een aantal sterke contrasten tussen de Zoon Gods en de Yahweh uit "het oude Testament/ de Thora" die zich als God de Vader voordoet maar Hem niet is. Yahweh versus de Zoon Gods/God de Vader


Spreekt de Zoon over dezelfde die zich Yahweh noemt in "het oude Testament/ de Thora"?


Exodus 33:11 11 En de Here sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend; dan keerde hij terug naar de legerplaats. Maar zijn dienaar Jozua, de zoon van Nun, een jonge man, week niet uit de tent.

Exodus 19:19​-20 19 Het geluid van de bazuin werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak, en God antwoordde hem in de donder. 20 Toen daalde de Here neder op de berg Sinai, op de bergtop, en de Here riep Mozes naar de bergtop, en Mozes klom naar boven.

Johannes 5:37 37 En de Vader, die Mij gezonden heeft, die heeft van Mij getuigenis gegeven. Gij hebt nooit zijn stem gehoord of zijn gedaante gezien,

Johannes 1:18 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.

De Zoon verteld dat Hij enkel en alleen de dingen zegt en die uit Zijn Vader zijn.


Johannes 12:49-50 49 Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. 50 En Ik weet, dat zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zó, als de Vader Mij gezegd heeft.

Wanneer Yahweh dezelfde als God de Vader zou zijn, zouden wij in het spreken en handelen van de Zoon met alle zekerheid gelijkenissen moeten vinden in hun aard! Daar valt niet omheen te draaien! Laten wij onderzoeken...


Blinden en verlamden

Leviticus 21:16-20 16 En de Here sprak tot Mozes aldus: 17 Spreek tot Aäron: Wie van uw nakomelingen in latere geslachten een lichaamsgebrek heeft, zal niet naderen om de spijze van zijn God te offeren, 18 want niemand die een lichaamsgebrek heeft, zal naderen: een blinde of een verlamde of iemand met mismaakt gelaat of met te lange leden, 19 of iemand die een breuk aan been of arm heeft, 20 of een bultenaar of een uitgeteerde, of iemand, die een vlek op zijn oog heeft, of die uitslag of huidziekte heeft, of die geschonden is aan de geslachtsdelen.

Matteüs 21:14 14 En in de tempel kwamen blinden en lammen tot Hem en Hij genas hen.

Overspel


Leviticus 20:10 10 En een man, die echtbreuk pleegt met iemands vrouw, echtbreuk pleegt met de vrouw van zijn naaste, zal zeker ter dood gebracht worden; zowel de overspeler als de overspeelster.

Johannes 8:7-11 7 Doch toen zij Hem bleven vragen, richtte Hij Zich op en zeide tot hen: Wie van u zonder zonde is, werpe het eerst een steen naar haar. 8 En weer bukte Hij neder en schreef op de grond. 9 Maar toen zij dit hoorden, gingen zij één voor één weg, te beginnen bij de oudsten, en zij lieten Jezus alleen en de vrouw in het midden. 10 En Jezus richtte Zich op en zeide tot haar: Vrouw, waar zijn zij? Heeft niemand u veroordeeld? 11 En zij zeide: Niemand, Here. En Jezus zeide: Ook Ik veroordeel u niet. Ga heen, zondig van nu af niet meer!

Vijanden


Leviticus 26:7 7 En gij zult uw vijanden vervolgen, en zij zullen voor uw aangezicht door het zwaard vallen.

Matteüs 5:43-45 43 Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. 44 Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, 45 opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Sabbat


Numeri 15:32-36 32 Terwijl de Israëlieten in de woestijn waren, betrapten zij iemand, die op de sabbatdag aan het houtsprokkelen was, 33 en zij, die hem betrapt hadden, terwijl hij aan het houtsprokkelen was, brachten hem tot Mozes en Aäron en de gehele vergadering; 34 dezen stelden hem in bewaring omdat nog niet bepaald was wat met hem gedaan moest worden. 35 Toen zeide de Here tot Mozes: Die man zal zeker ter dood gebracht worden; de gehele vergadering zal hem buiten de legerplaats stenigen. 36 Toen leidde de gehele vergadering hem buiten de legerplaats, en zij stenigden hem, zodat hij stierf – zoals de Here Mozes geboden had.

Marcus 2:23-28 23 En het geschiedde, dat Hij op de sabbat door de korenvelden ging en zijn discipelen begonnen onder het gaan aren te plukken. 24 En de Farizeeën zeiden tot Hem: Zie, waarom doen zij op de sabbat wat niet mag? 25 En Hij zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen wat David gedaan heeft, toen de nood drong en hij en die met hem waren, honger kregen? 26 [Hoe] hij onder het hogepriesterschap van Abjatar het huis Gods binnengegaan is en de toonbroden gegeten heeft, waarvan niemand mag eten dan de priesters, en hij ze ook aan degenen, die met hem waren, gegeven heeft? 27 En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat. 28 Alzo is de Zoon des mensen heer ook over de sabbat.

Relatie tot God


Leviticus 25:42 42 Want zij zijn mijn knechten (‘ă·ḇā·ḏay, wat ook slaven betekent), die Ik uit het land Egypte heb geleid: zij zullen niet verkocht worden, zoals men een slaaf verkoopt.

Johannes 15:15 15 Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt.

Zweren


Jeremia 4:2 2 dan zult gij zweren: „zo waar de Here leeft”, in waarheid, recht en gerechtigheid, en de volken zullen elkander in Hem de zegen toebidden

Jeremia 22:5 5 maar indien gij naar deze woorden niet hoort, heb Ik gezworen bij Mijzelf, luidt het woord des Heren, dat dan dit huis tot een puinhoop zal worden.

Jeremia 12:16 16 en als zij zich dan geheel gewennen aan de wegen van mijn volk, zodat zij zweren bij mijn naam: Zo waar de Here leeft!, gelijk zij mijn volk eraan gewend hebben te zweren bij de Baäl, dan zullen zij te midden van mijn volk gebouwd worden.

Psalmen 95:11 11 Daarom heb Ik gezworen in mijn toorn: Tot mijn rustplaats zullen zij niet komen!

Matteüs 5:34-37 34 Maar Ik zeg u, in het geheel niet te zweren: bij de hemel niet, omdat hij de troon van God is; 35 bij de aarde niet, omdat zij de voetbank zijner voeten is; bij Jeruzalem niet, omdat het de stad van de grote Koning is; 36 ook bij uw hoofd zult gij niet zweren, omdat gij niet één haar wit kunt maken of zwart. 37 Laat het ja, dat gij zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat daar bovenuit gaat, is uit den boze.

Jakobus 5:12 12 Maar vooral, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch welke andere eed ook. Laat ja bij u ja zijn en neen neen, opdat gij niet onder het oordeel valt.

Overtreding en zonde


Exodus 34:7 7 die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar (de schuldige) houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.

Deuteronomium 19:21 21 Gij zult hem niet ontzien; leven om leven, oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.

1 Johannes 1:9 9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.

Matteüs 6:14 14 Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven;

Honger


Numeri 11:1 1 Toen het volk aan het klagen was, was het kwaad in de oren des Heren; de Here hoorde het en zijn toorn ontstak, waarop het vuur des Heren onder hen ontbrandde en aan de rand van de legerplaats woedde.

Numeri 11:19-20 19 Gij zult het niet één dag eten en geen twee dagen, geen vijf dagen, geen tien dagen en geen twintig dagen, 20 maar een volle maand lang, totdat het uw neus uitkomt en gij ervan walgt – omdat gij de Here hebt veracht, die in uw midden is en aldus voor zijn aangezicht hebt gejammerd: Waarom toch zijn wij uit Egypte getrokken?

Numeri 11:33 33 Terwijl het vlees nog tussen hun tanden was, vóórdat het gekauwd was, ontbrandde de toorn des Heren tegen het volk en de Here sloeg het volk met een zeer zware slag.

Numeri 21:5-6 5 En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gij ons uit Egypte gevoerd? Om te sterven in de woestijn? Want er is geen brood en geen water en van deze flauwe spijs walgen wij. 6 Toen zond de Here vurige slangen onder het volk; die beten het volk, zodat er velen van Israël stierven.

Matteüs 7:9-10 9 Of welk mens onder u zal, als zijn zoon hem om brood vraagt, hem een steen geven? 10 Of als hij een vis vraagt, zal hij hem toch geen slang geven?

Matteüs 15:32-38 32 Maar Jezus riep zijn discipelen tot Zich en zeide: Ik heb medelijden met de schare, want zij zijn nu reeds drie dagen bij Mij gebleven en hebben niets te eten. En zonder voedsel wegzenden wil Ik hen niet, zij mochten eens onderweg bezwijken. 33 En zijn discipelen zeiden tot Hem: Hoe komen wij in een eenzame streek aan zóveel broden, dat wij zulk een schare verzadigen kunnen? 34 En Jezus zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven en enkele visjes. 35 En Hij gaf aan de schare bevel, dat zij op de grond zouden gaan zitten. 36 Daarna nam Hij de zeven broden en de vissen, dankte en brak ze, en Hij gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen. 37 En zij aten allen en werden verzadigd, en zij raapten het overschot der brokken op, zeven korven vol. 38 Zij, die gegeten hadden, waren vierduizend mannen, vrouwen en kinderen niet medegerekend.

Dit zijn enkele sterke contrasten waar de aard van Yahweh en de Zoon Gods elkaar totaal tegenspreken. Geleerden hebben hier dan ook weer een geweldig antwoord op, zij wijzen dan naar een nieuw verbond, menende dat het oude alsnog door Hem die het nieuwe bracht gebracht was. Maar ook dat spreekt de Schrift tegen!


Hebreeën 13:8 8 Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.

Wij hebben al eerder mogen lezen en dus ook kunnen concluderen dat de Zoon alles uit Zijn Vader doet, Johannes 12:49-50, dat wil dus net zo zeggen dat de aard van God de Vader dezelfde van gisteren, heden tot in eeuwigheid is. Mogen wij dan ook veronderstellen dat het nieuwe verbond door een andere God gebracht werd? In dit geval een betere, de ware God, want hoe zouden wij het anders moeten rijmen wanneer wij zien dat de Zoon Yahweh tegenspreekt, niet dat alleen, maar zelfs Yahweh bij verre overtreft, dan kan Yahweh simpelweg niet de Zoon Zijn Vader zijn, aangezien de Zoon Zichzelf minder acht als Zijn Vader.


Marcus 10:18 18 En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.

Zelfs de beschrijvingen vanuit het oude en nieuwe verbond spreken de aard van elkaars (bronnen) tegen! Laten wij gewoon eens naar de verschillen kijken! U mag dan zelf uw eigen conclusie trekken. Licht en duisternis


Matteüs 4:16 16 het volk, dat in duisternis gezeten is, heeft een groot licht gezien, en voor hen, die gezeten zijn in het land en de schaduw des doods, is een licht opgegaan.

1 Johannes 1:5 5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

Matteüs 17:2 2 En zijn gedaante veranderde voor hun ogen en zijn gelaat straalde gelijk de zon en zijn klederen werden wit als het licht.

1 Koningen 8:12 12 Toen zeide Salomo: De Here heeft gezegd in donkerheid te willen wonen;

2 Kronieken 6:1 1 Toen zeide Salomo: De Here heeft gezegd in donkerheid te willen wonen;

Psalmen 97:2-3 2 Rondom Hem zijn wolken en donkerheid, gerechtigheid en recht zijn de grondslag van zijn troon. 3 Vuur gaat voor zijn aangezicht uit, het zet zijn tegenstanders rondom in vlam.

Genesis 15:12 12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis.

Exodus 20:21 21 Het volk nu bleef van verre staan, maar Mozes naderde tot de donkerheid waarin God was.

Verder... (Gods volk), u hebt het wel vaker gehoord! Zijn uitverkoren volk! Toch? Yahweh was zelfs met hen. Hoe zou de Zoon dan durven te zeggen dat het een verloren volk was, en hoe brutaal moet het wel niet aanhoren dat in Matteüs 4:16 dat specifieke volk als volk in duisternis in de schaduw des doods wordt genoemd? Het lijkt erop alsof de Zoon toch namens een ander Iemand kwam.


Matteüs 15:24 24 Hij echter antwoordde en zeide: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls.

1 Petrus 2:10 10 u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen.

Hoe kan de Zoon dan (Gods volk) zo negatief beschrijven als het juist de uitverkorenen van Zijn Vader waren? Terwijl Zijn Vader zelfs met hun was? Nee! Hun god was/is zeker niet God de Vader!


Johannes 8:44 44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.

Ra ra om wie zou het gaan?


In "het oude Testament/ de Thora" zien wij iemand die zich voordoet als God, hij noemt zich Yahweh, deze Yahweh gebruikte onder andere Mozes in zijn razernij om mensen van onder andere andere religies te vernietigen en hun landen in beslag te nemen. Deze God gaf opdracht te stelen, te plunderen, te slachten en te verdelgen. Dit ziet u steeds weer en weer terug komen in "het oude Testament/ de Thora", dit terwijl de Zoon leert lief te hebben, ongeacht vriend of vijand. Klinkt nogal naar een dief die kwam om te stelen, slachten en te verdelgen, denkt u niet? Het lijkt er zelfs op wanneer Yahweh spreekt dat wij hier met een oorlogszuchtige god te maken hebben...


Exodus 34:10 10 Hij zeide: Zie, Ik sluit een verbond; in het bijzijn van uw gehele volk zal Ik wonderen doen, zoals niet gewrocht zijn op de gehele aarde en bij al de volken; het gehele volk, in welks midden gij zijt, zal het werk des Heren zien, want ontzagwekkend (nō·w·rā, wat beangstigend betekent) is wat Ik met u doe.

Haggai 2:23 23 Ik zal de hemel en de aarde doen beven, Ik zal de troon der koninkrijken omverwerpen, de kracht van de koninkrijken der volken verdelgen, de wagens en wie daarop rijden, omverwerpen en de paarden en hun ruiters zullen neerstorten, ieder door het zwaard van de ander.

Deuteronomium 20:16 16 Maar uit de steden van déze volken die de Here, uw God, u ten erfdeel zal geven, zult gij niets wat adem heeft, in leven laten,

1 Samuël 15:3 3 Ga nu heen, versla Amalek, slaat al wat hij bezit met de ban en spaar hem niet. Dood man en vrouw, kind en zuigeling, rund en schaap, kameel en ezel.

2 Koningen 3:18-19 18 En ook is dit nog maar een kleine zaak in de ogen des Heren: Hij zal bovendien Moab in uw macht geven, 19 zodat gij alle versterkte steden, de keur der steden zult innemen en alle goede bomen vellen en alle waterbronnen dichtstoppen en alle goede akkers met stenen bederven.

Kies maar uit zegt Yahweh met andere woorden, kies maar een stad uit en ga erop los in razernij. Hoeveel gelijkenis heeft dit met de Zoon Gods die ons de ware God openbaarde? Maar wat heeft de Zoon op tegen zulk (aard/karakter) te zeggen?


Johannes 10:10 10 De dief komt niet dan om te stelen en te slachten en te verdelgen; Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed.

Galaten 4:8 8 Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn.

1 Johannes 3:8 8 wie de zonde doet is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou.

Johannes 10:8 8 Allen, die vóór Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben naar hen niet gehoord.

Hier ziet u een duidelijk voorbeeld dat de verkeerde leider (herder) van de Israëlieten (schapen) een slachter is, het gaat hier niet zozeer over profeten, maar leiders, herders dus, in dit geval was Yahweh en zowel Mozes hun herder.


Johannes 10:11-13 11 Ik ben de goede herder. De goede herder zet zijn leven in voor zijn schapen; 12 maar wie huurling is en geen herder, wie de schapen niet toebehoren, ziet de wolf aankomen, laat de schapen in de steek en vlucht – en de wolf rooft ze en jaagt ze uiteen – 13 want hij is een huurling en de schapen gaan hem niet ter harte.

Naar mijn inziens gaat dit hier duidelijk over Yahweh, de huurling die de schapen niet ter harte nam, maar als Yahweh dat zou zijn zouden wij er ook van uit moeten gaan dat hij de schapen in de steek liet? En dat kunnen wij ook heel makkelijk terug vinden.


Jeremia 3:8 8 Maar Ik zag, toen Ik Afkerigheid, Israël, ter oorzake van haar echtbreuk, verstoten en haar de scheidbrief gegeven had, dat haar zuster, Trouweloze, Juda, zich niet liet afschrikken, maar heenging en eveneens ontucht pleegde;

Om een heel lang verhaal iets korter te maken... Wie goed oplet ziet geen gelijkenissen tussen Yahweh en de ware Zoon Gods die één met Zijn Vader is. Sterker nog, de Zoon noemde Zijn Vader nooit Yahweh, laat staan dat Hij op een of andere manier met deze titel verwees naar Zijn Vader. Hij noemde Hem; Hemelse Vader, en, mijn God, nooit Yahweh. De Yahweh uit "het oude Testament/ de Thora" is de duivel die de titel van de ware God, die enkel en alleen goed is, misbruikte en ontheiligde. Hij is een leugenaar, en zelfs de vader der leugen. Hij noemde zichzelf Redder terwijl Hij angst, verdelging en afslachting bracht.


Jesaja 43:11 11 Ik, Ik ben de Here, en buiten Mij is er geen Verlosser.

Jesaja 49:26 26 En Ik zal uw verdrukkers hun eigen vlees doen eten, en van hun eigen bloed zullen zij dronken worden als van jonge wijn; en al het levende zal weten, dat Ik, de Here, uw Redder ben, en uw Verlosser, de Machtige Jakobs.

Hosea 13:4 4 Maar Ik ben de Here, uw God, van het land Egypte af; een God nevens Mij kent gij niet en een verlosser buiten Mij is er niet.

Dat zegt dus de Yahweh die totale genocide heeft gepleegd in "het oude Testament/ de Thora". Dit staat niet gelijk aan de Redder die Zich voor de wereld gaf en niemand veroordeelde! Een gigantisch contrast, waarbij de leugenaar ontmaskerd wordt, in dit geval, de vader der leugen, de duivel!


Johannes 3:16-17 16 Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe. 17 Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.

Om met een heldere boodschap af te sluiten. De ware God de Vader is liefde, Hij is licht! Daar kan gewoonweg niemand omheen; en wat wij mogen aannemen van de liefde is dat de liefde angst buiten werpt, in liefde is geen angst, net zo is in het ware licht, God de Vader, in het geheel geen duisternis.


1 Johannes 4:18 18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit; want de vrees houdt verband met straf en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

1 Johannes 1:5 5 En dit is de verkondiging, die wij van Hem gehoord hebben en u verkondigen: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis.

Maar toch, kennelijk is het een enorme taak om dit zuivere nieuws aan de man te brengen, want de liefdeloosheid is hetgeen dat nog omhelst wordt als een vrucht van de goede God.


Een goede boom brengt goede vruchten voort, een slechte boom brengt slechte vruchten voort, het is dus aan u om dit alles te toetsen en het goede te behouden.

236 keer bekeken