• HET MYSTERIE GODS

Hebreeën 11 - Yahweh uit het O.T. dus wel God de Vader?

Bijgewerkt: 7 mei 2019

Schrijver: Sod HaElohim

AANTEKENING: In dit artikel wordt over Yahweh geschreven als zijnde de duivel, maar in werkelijkheid gebruikt de god van deze wereld, de duivel, een titel die God de Vader toebehoort. Daardoor ontstaat er verwarring in "het oude Testament/ de Thora". Aan de vruchten herkent u de boom.


De laatste tijd heb ik vaker Hebreeën 11 als tegenargument voorgeschoteld gekregen waarbij beweert wordt dat de Yahweh uit het "het oude Testament/ de Thora" wel degelijk God de Vader is. Het is niet raar dat men uit Hebreeën 11 meent te zien dat God de Vader exact dezelfde god is die als dief, slachter en verdelger in de oude tijden (beschreven in "het oude Testament/ de Thora") tekeer ging. Veel te snel zonder de Schrift verder en dieper te onderzoeken wordt dan gesuggereerd te lezen dat de Yahweh uit het "het oude Testament/ de Thora" exact dezelfde is als God de Vader. Wat we hier zien is dan dat de context van het boek Hebreeën totaal verdraaid wordt naar een verhaal alsof hier naar één en dezelfde bron wordt verwezen. Want dit is hier echter totaal niet het geval! Wat echter wel het geval is, is dat niet alleen Hebreeën, maar enorm veel Bijbelverhalen een schaduw van de realiteit voorschotelen, schaduw (hetgeen niet de werkelijkheid is, maar de werkelijkheid aankondigd) versus de realiteit die de aard van God de Vader toont, vervulling in beloften brengt en daarmede ook de naam "reputatie" van God de Vader in ere hersteld. Terug naar Hebreeën 11 De conclusie van Hebreeën 11 lezen wij echter in Hebreeën 12:18-24.

Hebreeën 12:18-24 18 Want gij zijt niet genaderd tot een tastbaar en brandend vuur, tot donkerheid, duisternis en stormwind, 19 tot het geklank van een bazuin en tot het geluid van een stem, bij het horen waarvan zij verzochten, dat niet verder tot hen gesproken werd; 20 want zij konden dit bevel niet dragen: Zelfs als een dier de berg aanraakt, zal het worden gestenigd. 21 En zó ontzaglijk was het verschijnsel, dat Mozes zeide: Ik ben enkel vreze en beving. 22 Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, 23 en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben, 24 en tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond, en tot het bloed der besprenging, dat krachtiger spreekt dan Abel.

In Hebreeën 3 zien wij dat gesproken wordt over twee vertegenwoordigers uit twee verschillende huizen.

Hebreeën 3:3-6 3 Want Hij is zoveel groter heerlijkheid dan Mozes waardig gekeurd, als de bouwmeester hoger eer geniet dan het huis. 4 Want elk huis wordt door iemand gebouwd, maar de bouwmeester van alles is God. 5 Nu was Mozes wel getrouw in geheel zijn huis als dienaar om te getuigen van hetgeen gesproken zou worden, 6 maar Christus als Zoon over zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, [tot het einde onverwrikt] vasthouden.

In Hebreeën 3:4 lezen wij dat Mozes getrouw was in geheel zijn huis, net zo lezen wij in Hebreeën 3:6 dat de Zoon evenzo getrouw was over Zijn huis. Twee verschillende huizen staat in dit geval gelijk aan twee verschillende Heren, of voor het gemak, bronnen. Om meer diepgang te bieden moeten wij eens even kijken wat 2 Korinthiërs 3:7-11 hierover zegt, hierin staan veel diepere inzichten. De bediening des doods als voorbeeld was zeer zeker een heerlijkheid, maar, die van de Geest veel meer. De Yahweh (woordvoerder) uit "het oude Testament/ de Thora" bracht schaduw, zo kunnen wij zien wat er nog moest komen. Hetgeen dan ook kwam was het ware, geen schaduw (duisternis), maar licht.


2 Korinthiërs 3:7-11 7 Indien nu de bediening des doods, met letters op stenen gegrift, gepaard ging met zulk een heerlijkheid, dat de kinderen Israëls de blik niet op het aangezicht van Mozes konden vestigen om de heerlijkheid van zijn aangezicht, die toch verdwijnen moest, 8 hoe zal niet nog meer de bediening des Geestes in heerlijkheid zijn? 9 Want indien de bediening, die veroordeling brengt, heerlijkheid was, veel meer is de bediening, die rechtvaardigheid brengt, overvloedig in heerlijkheid. 10 Immers, zelfs hetgeen verheerlijkt was, is in zoverre niet verheerlijkt, als déze heerlijkheid het te boven gaat. 11 Want als het verdwijnende met heerlijkheid gepaard ging, veel meer is dan het blijvende in heerlijkheid.

Verdere aspecten die niet over het hoofd gezien mogen worden:


Johannes 1:17 17 want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.

Duidelijker kon het niet geschreven worden, de waarheid is door Jezus Christus, dus niet door Mozes! Wanneer de waarheid dus niet uit Mozes is mogen wij aannemen dat verdraaiing en leugen niet ver weg zijn.

De contrasten blijven ook steeds sterk uitblinken, laten wij enkele uitblinkers bestuderen:

Johannes 8:47-49 47 Wie uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij uit God niet zijt. 48 De Joden antwoordden en zeiden tot Hem: Zeggen wij niet terecht, dat Gij een Samaritaan zijt en bezeten zijt? 49 Jezus antwoordde: Ik ben niet bezeten, maar Ik eer mijn Vader, en gij onteert Mij.

2 Korinthiërs 11:14 14 Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts.

Galaten 4:8 8 Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn.

Houdt hier rekening mee dat de Zoon de werkelijke Vader heeft doen leren kennen, dus met andere woorden was de god die voor Jezus geopenbaard werd, een god die het in wezen niet is. Aangezien de Zoon duidelijk maakt dat Hij de enige is die ons de Vader heeft doen leren kennen.


Meer diepgang in Galaten 4


In dezelfde brief, namelijk in Galaten 4:24-26 legt Paulus duidelijk uit hoe wij de verhalen in het oude verbond moeten zien: als allegorieën ofwel metaforen. Het hele verhaal van Sara en Hagar (dat in schaduwbeeld gebracht wordt) wordt uitgelegd in het licht, het staat symbool voor twee verbonden. Het wetsverbond (dat te berispen was, "Hebreeën 8:7") tegenover het nieuwe verbond.

Galaten 4:24-26 24 Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinai, die slaven baart, dit is Hagar. 25 Het (woord) Hagar betekent de berg Sinai in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. 26 Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder.

Hier zien wij dus duidelijk dat Hagar, de berg en Jeruzalem niet letterlijk gelezen moeten worden, maar begrepen moeten worden in het schaduwbeeld dat Paulus presenteert. Het hemelse Jeruzalem heeft dus ook in totaliteit niets met het tegenwoordige te maken, zo mogen wij het tegenwoordige Jeruzalem dan ook zien als een schaduw van het ware. Of, om het heel duidelijk te brengen, de Yahweh (woordvoerder) uit "het oude Testament/ de Thora" als een schaduw zien van wie komen ging, de een is duisternis, de andere is licht, de een is meedogenloos, de andere is mededogen (compassie), de een doodt, de andere geeft leven om niets. Zo blijven wij steeds schaduw versus realiteit in de Bijbel zien.


Galaten 4:4-5 laat wederom duidelijk zien dat de Zoon uit een andere bron kwam;


Galaten 4:4-5 4 Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5 om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij het recht van zonen zouden verkrijgen.

Het moge duidelijk zijn dat de Zoon niemand vrijkocht van Zijn eigen Vader, dat zou dan (kingdom divided) betekenen, met andere woorden zouden de Zoon en de Vader dan niet één zijn. Galaten 4:5 laat dan ook duidelijk zien dat hun die onder de wet waren bij lange na niet kinderen van God waren, maar via de Zoon het recht zouden krijgen om kinderen van God te worden. Dan moet ik weer denken aan:

Johannes 8:43-45 43 Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij mijn woord niet kunt horen. 44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen. 45 Maar omdat Ik u de waarheid zeg – Mij gelooft gij niet.

Door Hebreeën 11 dan te interpreteren als zijnde een getuigenis over God de Vader zelf hebben wij een totale misvatting aangaande de realiteit, tot diepste detail zelfs, want dat wil dan zeggen dat wij de redding niet eens begrijpen! Kolossenzen 2 gaat hier heel mooi op in:


Kolossenzen 2:13-15 13 Ook u heeft Hij, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en onbesnedenheid naar het vlees, levend gemaakt met Hem, toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold, 14 door het bewijsstuk uit te wissen, dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen: 15 Hij heeft de overheden en machten ontwapend en openlijk tentoongesteld en zo over hen gezegevierd.

Er wordt hier over de werkelijkheid getuigd! Namelijk dat de Zoon over de overheden en machten die Hij openlijk tentoongesteld heeft zegevierde. Hij wiste het werk van de tegenstander uit, exact die werken die een bedreiging voor ons vormden! Hij nagelde het met Zich aan het kruis! Hij volbracht het! Geliefde lezer... Het is niet de Vader die een bedreiging voor ons vormde, laat staan een bedreiging gaf om Zich als Redder voor te doen. De Vader is waarlijk Redder via Zijn Zoon heen. Ik herhaal het nog eens met andere woorden, de Vader triomfeerde via Zijn Zoon heen over Zijn tegenstander! Door Hebreeën 11 te interpreteren alsof hier over God de Vader gesproken wordt zou dat God de Vader tot onze bedreiging maken, nee niet dat alleen, want Hij zou een leugenaar zijn, Zijn Koninkrijk zou een complete chaos zijn aangezien Hij schizofreen is en Zich in constante strijd tegen Zichzelf bevind. Paulus leert geestelijk te begrijpen, door de Bijbel heen leren wij dus het geestelijke met het geestelijke te vergelijken, niet alles klakkeloos letterlijk te nemen, maar door inzicht te begrijpen waar het hier allemaal om gaat.


1 Korinthiërs 2:13 13 Hiervan spreken wij dan ook met woorden, die niet door menselijke wijsheid, maar door de Geest geleerd zijn, zodat wij het geestelijke met het geestelijke vergelijken.

Het slot van Hebreeën 11

Hebreeën 11:39-40 39 Ook deze allen, hoewel door het geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, 40 daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.

Wie Hebreeën 11 goed leest begrijpt dat het hier om voorbeelden van geloof gaat, het geeft een getuigenis over de gelovigen van toen, maar wat Hebreeën 11 ook duidelijk maakt is dat hoewel ze geloofden hun het beloofde niet verkregen hebben. Wie het tot zich in laat gaan ontdekt dat het beloofde niet kon worden waargemaakt. Denkt u dat God de Vader Zijn belofte niet na kan komen? Natuurlijk wel, anders was Hij God de Vader niet. In dit geval spreekt het over Yahweh (woordvoerder) uit "het oude Testament/ de Thora" die het beloofde niet heeft kunnen waarmaken, echter het beloofde uit God de Vader is in volmaaktheid. In Hebreeën 11:40 blijkt dat zowel de mensen uit "het oude Testament/ de Thora" als het nieuwe verbond allebei geloofden, maar alleen de gelovigen in het nieuwe verbond kregen Heilige Geest. Waarom dan de gelovigen in het oude verbond niet? Omdat dat niet uit God de Vader was. Want voor dat de Zoon de Vader deed leren kennen hebben ze dus goden gediend die het in feite niet waren Galaten 4:8.


Galaten 4:8 8 Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn.

Want zoals wij alreeds gelezen hebben komt de waarheid via Jezus en niet via Mozes!


Johannes 1:17 17 want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.

Laten wij eens kijken wie de macht heeft in de hemel en op de aarde?! Volgens Deuteronomium 10:14 is de machthebber de Yahweh uit "het oude Testament/ de Thora";


Deuteronomium 10:14 14 Zie, van de Here, uw God, is de hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is;

maar in Lucas 4:6 en Openbaring 12:7-8 is dat respectievelijk de duivel/draak;


Lucas 4:6 6 En de duivel zeide tot Hem: U zal ik al deze macht geven en hun heerlijkheid, want zij is mij overgegeven, en ik geef haar wie ik wil.

Openbaring 12:7-8 7 En er kwam oorlog in de hemel; Michaël en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog, 8 maar hij kon geen standhouden, en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden.
359 keer bekeken