• HET MYSTERIE GODS

Ananias en Saffira

Schrijver: Sod HaElohim


Handelingen 5:1-11 1 En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, 2 en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de apostelen. 3 En Petrus zei: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de Heilige Geest en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond? 4 Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en toen het verkocht was, bleef de opbrengst dan niet tot uw beschikking? Waarom toch hebt u deze daad in uw hart voorgenomen? U hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. 5 Toen Ananias deze woorden hoorde, viel hij neer en gaf de geest. En er ontstond grote vrees bij allen die dit hoorden. 6 En de jonge mannen stonden op, legden hem af, droegen hem naar buiten en begroeven hem. 7 En het gebeurde na verloop van ongeveer drie uur dat ook zijn vrouw daar binnenkwam, zonder te weten wat er gebeurd was. 8 En Petrus antwoordde haar: Zeg mij, hebt u beiden het land voor zoveel verkocht? En zij zei: Ja, voor zoveel. 9 Petrus zei tegen haar: Waarom toch hebt u met elkaar afgesproken de Geest van de Heere te verzoeken? Zie, de voeten van hen die uw man begraven hebben, zijn voor de deur en zullen u ook uitdragen. 10 En zij viel onmiddellijk voor zijn voeten neer en gaf de geest. En toen de jongemannen binnengekomen waren, troffen zij haar dood aan, en zij droegen haar naar buiten en begroeven haar bij haar man. 11 En er kwam grote vrees over heel de gemeente en over allen die dit hoorden.

Ongeacht hoe liefdevol God de Vader is tracht de gelovige vaak weer en weer het onheil in Zijn schoenen te schuiven. U kent het wel, gebeurt er een aardbeving, is het een tsunami of een vulkaanuitbarsting, dan heb je er altijd genoeg onheils-lustige gelovigen die het onheil aan de Vader der lichten toeschrijven. Want zie: God straft! Hoe groter de ramp hoe goddelijker het in menigeen oog schijnt te worden. Zo is het dan ook bij Ananias en Saffira. Want hoezeer ik mij ook wil inspannen om Gods reputatie in kaart te brengen om juist Zijn liefde en Zijn licht te verkondigen, net zozeer spannen hun wiens licht duister is zich in om de Vader der lichten het kwaad en duister toe te schrijven. In menigeen oog is het niet de liefde waar kracht in zit, maar juist het terreur waar diepe angst uit voort komt. Wanneer wij even een blik werpen naar deze onheils-zuchtige houding zien wij het ware aard van het beestje naar voren komen. Is het niet dat Jezus leerde onze naasten en dus ook onze vijanden lief te hebben? Maar toch vinden de meeste gelovigen vrede in het onheil van hun die "ons" vijandig zijn. Dat is inconsequent tot en met!

Lukas 11:35 35 Zie er dus op toe, dat het licht dat in u is, geen duisternis is.

Hoe zit het nu met Ananias en Saffira? Heeft God de Vader ze omgebracht? Ananias en Saffira zondigden tegen Gods Geest. Feitelijk wezen ze Gods Geest door hun zondige houding de deur. Wat iedere gelovige weet is dat Gods Geest geen eenheid met het zondigen (kwaad en duister) heeft. Petrus confronteerde Ananias en Saffira over hun listige houding. Petrus voorzegt zelfs aan Saffira dat ook zij zal sterven. Deze pre-visie heeft Petrus natuurlijk van God de Vader ontvangen. Maar maakt pre-visie de Ziener "God de Vader" dan ook de dader? Is God de Vader de doder van Ananias en Saffira omdat Hij het Petrus liet zien? Dat is absurd, en kan nergens op gebaseerd worden. Laten wij daarom aub een beetje verder denken. Wie loopt er namelijk rond als een brullende leeuw, zoekende wie hij verslinden kan?

1 Petrus 5:8 8 Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden.

Het is dus de tegenstander die ze verslond. Aangezien de Heilige Geest niet langer in hun kon wonen noch bescherming kon bieden wegens hun ongeloof. Als gevolg van hun dood ontstond er dus ook angst in de gemeente.

1 Johannes 4:18 18 Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de liefde.

Daarmee kan het dus niet God de Vader geweest zijn, aangezien Hij liefde is, en liefde vrees buiten werpt, niet veroorzaakt.

Het doden en creëren van angst is het werk van de tegenstander van liefde. Het past een gelovige niet om dat bij God de Vader te plaatsen, want zo geeft men aan dat men het karakter, de reputatie, van God de Vader zoals Jezus Hem ons heeft leren kennen, niet begrijpt.

En men maakt de woorden van Jezus belachelijk en krachteloos wanneer Hij Zijn Vader vroeg om diegenen die Hem martelden en doden te vergeven.


Lukas 23:34 34 En Jezus zei: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En ze verdeelden Zijn kleren en wierpen het lot.

Om daarna een lichtere overtreding met de dood te bestraffen zou uitermate inconsequent zijn. Jammer dat vele zogenaamde gelovigen het karakter, de reputatie, van God de Vader hiermee geweld aan doen. Zij maken van hun God de Vader die liefde is en zelfs de moordenaars van Zijn Zoon vergeeft, een niet vergevingsgezinde moordenaar.

100 keer bekeken